Stimuleringsregeling – voorwaarden

De algemene voorwaarden verschillen per gemeente. Selecteer de gemeente waarin je woont om de voorwaarden te lezen die voor jou gelden.

Voorwaarden Elburg

Algemene Subsidieverordening van de gemeente Elburg;

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE ELBURG

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 149 van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Algemene Subsidieverordening van de gemeente Elburg;

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Elburg

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Asv

1. Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling wordt afgeweken.

2. De subsidies die op grond van deze nadere regeling worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.3 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente … te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden:het

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.5 Subsidieplafond en verdeelregels

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.6 Algemene voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.3 in voldoende mate gediend;

b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier (nader in te vullen). De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.7 staan opgenomen;

e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;

f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);

h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;

j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

k. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.7 Aanvraag

1. Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;

b. een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;

c. een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;

d. als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;

e. als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;

f. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.8 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment;

b. de regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

c. de regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand, en;

d. per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal 2 van de onder a. geformuleerde voorzieningen.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt 40 % van de aanschafkosten met een maximum van € 100,=.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25 per segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand, van een inheemse soort, met een hoogte van minimaal 6 meter en voor zover er geen sprake is van een herplantplicht.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Concept 260121 Nadere regeling stimulering klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering;

c. er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd;

d. bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn, en;

e. de infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt € 40,-;

2. De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt € 50 per krat (van minimaal 410 liter);

3. De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt € 100 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen ofwel ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom, en;

b. er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,- per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,= per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

a. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

b. er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

a. de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;

b. de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,- per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:

a. Er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 of 4:49 van de Awb of in artikel … van de Asv, met uitzondering van artikel ………. Asv;

b. Het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond overschrijdt;

c. de aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 1.3;

d. de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 1.4;

e. er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 1.6, 1.7, 2.1, 3.1, 4.1, 5.1, 6.1 of 7.1;

f. er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze nadere regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. <onder gelijktijdige intrekking van een eventuele eigen vigerende verordening, bijvoorbeeld de Deelverordening afkoppelen verhard oppervlak gemeente Nunspeet (bekendgemaakt op 31 maart 2017 en inwerking getreden op 1 januari 2017)>.

2. Deze nadere regeling wordt aangehaald als “Nadere regeling stimulering klimaatmaatregelen Noord Veluwe 2021”.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d …

Voorwaarden Ermelo

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE ERMELO

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 149 van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Subsidieverordening gemeente Ermelo

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Ermelo;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners en bedrijven in de gemeente Ermelo te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand of perceel worden ingediend;

f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, etc.);

h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en

j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

k. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.
  2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
  3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt € 20,00 per regenton/regenzuil.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25,00 per segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6 – 12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10-12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,00 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.
  3. Er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd.
  4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.
  5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt € 40,00;

2. De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt € 50,00 per krat (van minimaal 410 liter);

3. De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt € 100,00 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand / terrein binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,00 per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden de volgende voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,00 per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

a. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en/of vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

b. er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.
  2. b.       De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,00 per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:  al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2024.

2. Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Ermelo 2020”.

Voorwaarden Harderwijk

Subsidieregeling klimaat adaptatie maatregelen Harderwijk 2021

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN NOORD VELUWE

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 160 lid 1 a en b van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Algemene Subsidieverordening Harderwijk 2020;

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1  Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. aanvraag:

Een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in deze regeling die de aanvrager indient;

b. aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

c. afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening Harderwijk 2020;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern als bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. bestaand pand:

een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;

j. dakoppervlak:

de horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. gemengde riolering:

riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. groen dak:

dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

m. groenblauw dak:

intensief groen dak met dikkere substraat laag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. hemelwater:

regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. hemelwater riolering:

riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

p. infiltratie: het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse)voorziening;

q. nuttig gebruik hemelwater:

buffering en filtering van neerslag ten behoeve van (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, maar niet voor consumptiedoeleinden;

r. oppervlaktewater:

openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

s. pand:

woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd.

t. vergroenen:

verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

u. verhard oppervlak:
het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

v. voorziening:
maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

w. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Artikel 1.2 Asv

  1. Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
  • De subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.3 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente Harderwijk te stimuleren om zelf klimaatadaptatie maatregelen te treffen op/bij het pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden:

a. het plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een installatie voor nuttig gebruik van hemelwater (jaarrond).

Artikel 1.5 Subsidieplafond en verdeelregels

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.6 Algemene voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

  1. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.3 in voldoende mate gediend;
  2. de voorziening is maximaal zes maanden voor realisatie aangekocht;
  3. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;
  4. de aanvraag is ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.7 staan opgenomen;
  5. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;
  6. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;
  7. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);
  8. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;
  9. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;
  10. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.
  11. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.7 Aanvraag

  1. Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:
  2. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
  3. een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;
  4. een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;
  5. als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;
  6. schriftelijke toestemming van de eigenaar (als de aanvrager een huurder of pachter is);
  7. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.8 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen vier weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment;
  2. de regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;
  3. de regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand, en;
  4. per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee van de onder a. geformuleerde voorzieningen.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton bedraagt € 20 per regenton.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting/regenzuil bedraagt € 25 per segment/zuil.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

  1. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:
  2. de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand zover er geen sprake is van een herplantplicht.

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

  • De oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6-12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10-12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

  • Geen subsidie wordt verstrekt voor:
  • lei- en of vormbomen;
  • bomen die in het kader van een herplantverplichting moeten worden geplant;
  • exoten die niet voldoende winterhard zijn of die niet van waarde zijn voor de bevordering van de biodiversiteit. Dit is ter beoordeling van de gemeente.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;
  2. er wordt minimaal 20 m2 verhard dakoppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering;
  3. er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2 dakoppervlak) berging op eigen terrein gerealiseerd;
  4. bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn, en;
  5. de infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar, waarbij het college bij zijn oordeel de afkoppelkansenkaart van de gemeente Harderwijk betrekt,  en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt per pand € 40,-;

2. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak met specifieke voorzieningen  bedraagt voor:

a. het plaatsen van infiltratiekratten  € 50 per krat (van minimaal 410 liter), en;

b. het aanleggen van een infiltratieveld € 100 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging

waarbij per pand niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000 subsidie wordt toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen ofwel ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. de aanvraag betreft een pand binnen de bebouwde kom;
  2. er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd; en
  3. de eerste aanleg van een tuin of terrein is uitgesloten van subsidie (het moet gaan om bestaande verharding die er aantoonbaar minimaal 1 jaar heeft gelegen).

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,- per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,- per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Installatie voor nuttig gebruik hemelwater (jaarrond)

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De installatie (hemelwaterbuffer: filters/pomp/waterverdeling) moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van was- en proceswater en vergelijkbare toepassingen in de woning/bedrijf of als tuindruppelinstallatie, waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het gebufferd hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen, maar niet worden versproeid of verneveld en mag het niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;
  2. er wordt minimaal 20 m2 verhard dakoppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering;
  3. er wordt minimaal 1000 liter  hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;
  2. b.       de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,- per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

1. De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

a. er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 of 4:49 van de Awb of in artikel 9 van de Asv, met uitzondering van artikel  9, derde lid, sub g, van de Asv;

b. het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond overschrijdt;

c. de aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 1.3;

d. de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 1.4;

e. er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 1.6, 1.7,  2.1, 3.1, 4.1, 5.1, 6.1 of 7.1;

f. er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

2. De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.

3. De subsidie wordt teruggevorderd indien de subsidie is ingetrokken.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
  2. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de ‘Subsidieregeling Regenton 2020’.
2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling klimaat adaptatie maatregelen Harderwijk 2021’.

Voorwaarden Hattem

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE HATTEM

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 149 van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Subsidieverordening gemeente Hattem

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Hattem;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners en bedrijven in de gemeente Hattem te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand of perceel worden ingediend;

f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, etc.);

h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en

j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

k. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.
  2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
  3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt € 20,00 per regenton/regenzuil.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25,00 per segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6-12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10-12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,00 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.
  3. Er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd.
  4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.
  5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt € 40,00;

2. De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt € 50,00 per krat (van minimaal 410 liter);

3. De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt € 100,00 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand / terrein binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,00 per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden de volgende voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,00 per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

a. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en/of vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

b. er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.
  2. b.       De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,00 per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:  al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2024.

2. Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Hattem 2020”.

Voorwaarden Nunspeet

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE NUNSPEET

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 160 lid 1 a en b van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Algemene Subsidieverordening van de gemeente Nunspeet

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Nunspeet;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners en bedrijven in de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Complete aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Voor zover toekenning van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden worden deze naar rato toegekend.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie gedeeltelijk geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

1. De aanvraag van de subsidie voldoet aan de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

  1. Met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.3 in voldoende mate gediend.
  2. De e voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht.;
  3. De aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;
  4. De aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier op de website van Veluwe Duurzaam. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.7 staan opgenomen.
  5. Per categorie voorzieningen, zoals genoemd in artikel 1.4, kan er één aanvraag per pand worden ingediend.
  6. Ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd.;
  7. De voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.).
  8. De aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden.;
  9. Herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie.
  10. De aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.
  11. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

  1. a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
  2. b. een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;
  3. c. een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;
  4. d. als deze is vereist: een omgevingsvergunning;
  5. e. als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;
  6. f. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.
  2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
  3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton bedraagt € 20 per regenton.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting/regenzuil bedraagt € 25 per segment/zuil.

Hoofdstuk 3 Planten van een Boom

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

a. de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per perceel, waarbij gekozen kan worden uit de beschikbaar gestelde soortenlijst, en voor zover er geen sprake is van een herplantplicht.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

  1. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:
  2. de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand zover er geen sprake is van een herplantplicht.

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

  • De oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6-12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10-12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel .1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, gelden de volgende voorwaarden:

  1. a.       De aanvraag betreft een bestaand pand van voor 2015 dan niet is aangesloten op een drukriool.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.
  3. Er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd.
  4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.
  5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

 De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak bedraagt €5 per m2

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand / terrein binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,- per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500 subsidie toegekend.

3. De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35 per boom.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een bruin/groen /groenblauw dak is afhankelijk van de waterberging:

-Minimaal 18 liter per m2 € 20,- per m2

-Minimaal 30 liter per m2 € 30,- per m2

-Meer dan 50 liter per m2 € 50,- perm2

Indien er meer dan 50% grassen, heesters en of inheemse soorten gebruikt worden en minder dan 50% sedum dan ontvangt de aanvrager € 10,- per m2 extra (enkel bij pakketten van 30l/m2 en meer).

Voor een bouwkundige beoordeling van het dak wordt een bijdrage van 50% verleend tot een maximum van € 250,-

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van 250m2 toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor watervoeding van toilet en/of wasmachine en/of tuinbesproeiing en dat deze voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor de wasmachine, wc en tuin.
  2. Er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van hemelwater, dit ter beoordeling van het college.
  3. De aanvraag betreft een bestaand pand van voor 2015 binnen de bebouwde kom.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.
  2. b.       De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Actuele subsidiebedragen zijn per gemeente te vinden op de website van Veluwe Duurzaam. Wanneer er een aanvraag wordt ingediend zijn de bedragen die dan zijn vastgesteld bindend.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,- per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Het college kan een subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken indien:

a. Er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35, 4:48 en/of 4:49 van de Awb of in artikel … van de Asv.

b. Het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond geheel of gedeeltelijk overschrijdt.

c. De aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 1.3.

d. De aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 1.4.

e. Er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 2.1, 3.1, 4.1, 5.1 of 6.1.

f. De voorzieningen niet zijn gerealiseerd.

g. Er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 9 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 9.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Artikel 9.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:  al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

Artikel 10.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 10.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2024.

2. Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Nunspeet 2020”.

Voorwaarden Oldebroek

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE OLDEBROEK

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 149 van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)
  3. Subsidieverordening gemeente Oldebroek

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Oldebroek;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners en bedrijven in de gemeente Oldebroek te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand of perceel worden ingediend;

f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, etc.);

h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en

j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

k. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.
  2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
  3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt € 20,00 per regenton/regenzuil.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25,00 per segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6-12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10-12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,00 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.
  3. Er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd.
  4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.
  5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt € 40,00;

2. De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt € 50,00 per krat (van minimaal 410 liter);

3. De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt € 100,00 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand / terrein binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,00 per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden de volgende voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,00 per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

a. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en/of vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

b. er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.
  2. b.       De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,00 per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:  al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2024.

2. Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Oldebroek 2020”.

Voorwaarden Putten

Algemene voorwaarden

NADERE REGELING STIMULERING KLIMAATMAATREGELEN GEMEENTE PUTTEN

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

  1. Artikel 149 van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)
  2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)

Nadere regeling ter stimulering van klimaatmaatregelen Noord Veluwe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

a. Aanvraag:

Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

b. Aanvrager:

–      Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

–      Een VvE;

–      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

c. Afkoppelen:

Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

d. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

e. Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Putten;

f. BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

g. Bebouwde kom:

Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

h. Bestaand pand:

Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

i. College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten;

j. Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

k. Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

l. Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk ‘zelfvoorzienend’ zijn;

m. Groenblauw dak:

Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

n. Hemelwater:

Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

o. Hemelwaterriolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

p. Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

q. Loket Veluwe Duurzaam

Organisatie Platform Duurzaam Nederland B.V. die onder de werknaam Loket Veluwe Duurzaam diensten verleent aan de gemeente;

r. Nuttig gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin, spoelwater voor het toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

s. Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

t. Pand(en):

Woning(en), aan- of uitbouw(en), bijgebouw(en), bedrijfspand(en), kantoor (kantoren) of school (scholen) die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein.

u: Vergroenen:

Verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

v. Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen en  verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

w. Voorziening:
Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

x. VvE:
Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling  wordt afgeweken.
De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners en bedrijven in de gemeente Putten te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b. het planten van bomen;

c. het afkoppelen van verhard oppervlak;

d. vergroenen ofwel ontstenen;

e. het aanleggen van een groen dak;

f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1. Het subsidieplafond bedraagt € 50.000,00 per jaar.

2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c. de aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand of perceel worden ingediend;

f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g. de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, etc.);

h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en

j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

k. om de aanvraag te behandelen worden de aanvraag gegevens vanuit Veluwe Duurzaam gedeeld met de gemeente.

2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Beslissing op aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.
  2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
  3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt € 20,00 per regenton/regenzuil.

2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25,00 per segment.

Hoofdstuk 3 Planten van bomen

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

b. De te planten boom moet aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

*       Inheemse boom;

*       Fruit boom of;

*       Bloeiende boom.

Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

< 50m2 (o.a. voortuinen)             3e grootte boom (tot 6m hoogte)

50 – 200 m2                                     2e grootte boom (6-12m hoogte)

> 200 m2                                          1e grootte boom (>12m hoogte)

Plantmaat: minimaal 12 – 14 cm (stamomtrek gemeten op 1m hoogte).
Voor fruitbomen is 10 – 12 cm het minimum.

Op de website van Veluwe Duurzaam is een lijst met geschikte bomen opgenomen.

b. subsidie wordt verleend als het plafond van het adoptieplan bomen, waarbij gratis bomen worden verstrekt, is bereikt.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,00 per boom.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.
  3. Er wordt minimaal 20 mm (= 20 liter per afgekoppelde m2) berging op eigen terrein gerealiseerd.
  4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.
  5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op generlei wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt € 40,00;

2. De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt € 50,00 per krat (van minimaal 410 liter);

3. De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt € 100,00 per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

  1. De aanvraag betreft een bestaand pand / terrein binnen de bebouwde kom.
  2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt € 4,00 per m2;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden de volgende voorwaarden:

a. de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

b. het groen / groenblauwe dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 20 m2, en;

c. met het aanbrengen van een groen / groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak bedraagt € 20,00 per m2 aangelegd dak;

2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

a. De voorziening moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van waswater en/of vergelijkbare toepassingen in de woning waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen en niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;

b. er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  1. a.       De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.
  2. b.       De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,00 per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd, ingetrokken en/of teruggevorderd indien:  al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd. Dit geldt ook voor het Adoptieplan Bomen

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en loopt tot en met 31 december 2024.

2. Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Putten 2020”.

Scroll naar top
Skip to content